Duinvalleimengsel

Ingezaaid bij de aanleg in 2000:
Parnassia, winterbitterling, geelhartje, sturmia, moeraswespenorchis, vleeskleurige orchis, rondbladig wintergroen, waterpunge, zilt torkruid, zilte zegge, aardbeiklaver, kleine ratelaar, stijve- rode- en kleverige ogentroost, thrincia, watermunt, slanke duingentiaan, krielparnassia, echt- en fraai duizendguldenkruid, koninginnekruid.
Niet op de lijst maar wel in zaad aanwzig: wondklaver.

Gedetermineerd in 2003:
Geelhartje, aardbeiklaver, kleverige ogentroost, echt duizendguldenkruid.
En verder: hoornbloem, rode- en witte klaver, kleine klaver, rolklaver, madeliefje, paardebloem, scherpe boterbloem, rietorchis, parapluutjesmos, groot streepzaad, klein streepzaad, voederwikke, akker vergeet-me-nietje, margriet (veel, maar lager dan in 2002), zachte ooievaarsbek, beemdooievaarsbek, grote pimpernel, zachte dravik, engels raaigras, struisgras, reukgras, kamgras, witbol, kropaar (weinig) grote ratelaar, wilde chicorei.

In de poel: waterweegbree, lisdodde, blaartrekkende boterbloem, kleine waterranonkel, waterbies, kattestaart, timotheegras, ruwe veldbies, harig wilgenroosje, kruipende boterbloem, riet.

In de beekoever: penningkruid

Beheer:
In 2002 is er twee keer gemaaid. In 2003 is het maaibeleid aangepast omdat aan de oostkant van sectie G veel rietorchissen bloeiden. Hier is de maaibeurt van 15 juni overgeslagen.
Om de poel niet te laten verlanden wordt jaarlijks 2/3 deel van de lisdodde verwijderd in oktober. De eerste jaren is regelmatig flab verwijderd, in 2003 is dat niet nodig geweest. Er zijn veel rugstreeppadden geboren. Ook de platbuik was regelmatig aanwezig.