Zaadmengsel voor kalkrijke bloemrijke ruigte en bosrand

Bij de aanleg in 2000 werden de volgende soorten ingezaaid:
Boerenwormkruid, fluitekruid, vingerhoedskruid, gewone bereklauw, kruidvlier, stinkende ballote, viltig kruiskruid, zwarte toorts, bont kroonkruid, borstelkrans, gewone agrimonie, witte munt, zeepkruid, bochtige klaver, borstelkrans, pijpbloem, ruig viooltje, welriekende salomonszegel, wilde akelei, wilde marjolein, dagkoekoeksbloem, dolle kervel, geel nagelkruid, gevlekte dovenetel, heggewikke, kruisbladwalstro, look-zonder-look, valeriaan, gele morgenster, leverkruid, koninginnekruid.

Gedetermineerd in 2003:
borenwormkruid, fluitekruid, duizendblad, akkerdistel, moerasrolklaver, gewone rolklaver, gevlekte rietorchis, grote engelwortel, gevleugeld hertshooi, st. janskruid, guldenroede, kleefkruid, klaproos, jacobskruiskruid (met straalbloemen), reukgras, gestreepte witbol, kamgras, koekoeksbloem.

beheer::
Sectie C bevindt zich rondom de amfibieënburcht. Door wat minder te maaien en het maaisel wat langer te laten liggen krijgen planten een kans die van wat rijkere grond houden. In 2003 was de begroeiing er weelderig, met jacobskruiskruid, st. janskruid, boerenwormkruid e.d.