Beheer

Het beheer van De Wielenmaker is gericht op de uitgangspunten: het scheppen en handhaven van zo veel mogelijk soorten van organismen binnen de gegeven (abiotische) omstandigheden. Streefbeeld is een situatie van voor de ontginning, een z.g. nollenlandschap. Het grootste deel bestaat uit matig voedselrijk, kalkrijk, van vochtig tot droog bloemrijk grasland. Daarnaast zijn er een aantal landschapselementen die ieder een eigen beheer kennen. De tuin moet een open karakter behouden. Er wordt een 'biotisch' maaibeleid toegepast, dat wil zeggen dat jaarlijks het beheer wordt aangepast als de ontwikkeling van de tuin daartoe aanleiding geeft. Er wordt één tot twee keer gemaaid. Door het maaisel af te voeren wordt de grond verschraald. Het beheer is overwegend extensief, natuurlijke processen krijgen waar mogelijk een kans.

Tot het voorjaar 2011 zijn onderstaand de maaiplannen weergegeven, daarna is er sprake van een gelijkblijvend regime, zij het dat overblijvende stukjes steeds wisselen.

beheer 2011

Juni 2011
Geduld is een schone zaak. Na 10 jaar consequent beheer in tijd en ruimte ziet de heemtuin er nu uit als een natuurlijk systeem. Allle planten staan nu op de door hen zelf gekozen plaatsen. Op de drogere delen grote centaurie, wondklaver, grote pimpernel en veldsalie. In de overgang naar vochtigere delen bevertjes, gele maskerbloem, rietorchis en ratelaar. Hier en daar nog wat witbol, maarhet meeste is overgegaan naar reukgras en kamgras. In de beekoever groeit ruw walstro, een indicatie dat fosfaten uit de landbouw afnemen. In de poel lijkt de lisdodde ook zijn eind te naderen.

2010
Langzaam zet de verschraling van de beekoever door. De witte waterkers is sterk afgenomen en krijgt nu normale proporties, hetgeen het beheer wat eenvoudiger maakt. In het najaar stond het water in de beek erg hoog, hetgeen het maaien moeilijk maakte. In de poel neemt riet toe.



2009
Geen grote verschillen met 2008

 


2008
De bovengrondse biomassa was dit jaar duidelijk minder dan vorig jaar. Door het koude voorjaar kwam de groei laat op gang. Begin juli viel de beek droog en is uitgebaggerd. Het eiland wordt zeer bloemrijk.

2007

Er zijn een viertal vakken gemaakt waarin een afwijkend beheer wordt gehanteerd om de ontwikkeling van de vegetatie te bestuderen. Vak A is al sinds 2003 in het geheel niet gemaaid. Het bloemrijke grasland gaat hier langzaam over in ruigte. Veel boerenwormkruid, fluitenkruid en ridderzuring. De orchideeën (rietorchis) weten zich te handhaven. In vak B en C is de maaibeurt van september 2006 overgeslagen. Na één jaar al een forse toename van gestreepte witbol en afname van rode klaver en boterbloem. Vak D is afgeplagd en hier is een eenjarig akkertje aangelegd door de stagiaires van de IVN Natuurgidsencursus. De groei viel tegen. De oorzaken waren van abiotische aard: een zeer droog en warm voorjaar (7 weken zonder regen), bovendien door af te plaggen werd met de toch al schrale toplaag de weinige humus afgevoerd en er werd geen bemesting toegepast, hetgeen op een akker wel zou moeten gebeuren. De poel stond er geweldig bij. Zeer veel waterdiertjes en dit jaar voor het eerst geen flab. We hebben hem met de voorzomermaai voor het grootste deel met rust gelaten. De beek zorgde dit voorjaar voor een enorme productie van met name witte waterkers. Hier zorgde het aanhoudende mooie weer in combinatie met het kwelwater voor een verhoogde fotosynthese. Ook de instroming van nutriënten uit de aanpalende bollenvelden blijft een probleem.

De nazomermaai is op 29 september.

 

2006

In 2006 is vrijwel hetzelfde maaibeheer toegepast als in 2005. De beek is nog altijd zeer eutroof en geeft een hoge productie van waterkers, liesgras en rietgras. Er is twee keer gemaaid, waarbij telkens 1/4 gedeelte is overgeslagen. In juni is de beek ook uitgebaggerd. De poel had een hoge productie van lisdodde, waarschijnlijk voortvloeiend uit de verstoring van 2004. Zowel in juni als in september gemaaid onder de waterspiegel. Het vlak boven nr. 10 is voor het vierde jaar niet gemaaid. In het bos wordt nu helemaal niet meer gemaaid. In januari zijn de grootste elzen teruggezet.

In 2005 is het grootste gedeelte van de tuin maar 1 keer gemaaid. het stukje boven vlak 10 is al voor het derde jaar geheel niet gemaaid. Vlak 16 is in het najaar niet gemaaid. Vlak 11 is dit jaar ook niet gemaaid en vlak 7 alleen in het najaar. We doen dit om de ontwikkeling van de vegetatie te volgen onder invloed van de maaifrequentie. In vlak 10 is na 3 jaar niet maaien al een verruiging van de vegetatie merkbaar.

In november 2004 is er groot onderhoud uitgevoerd in de poel en in de beekoever. Het gedeelte dat maar een keer gemaaid is is groter dan in 2003 i.v.m. veel rietoirchissen in dat gedeelte. Het stukje boven vlak 10 is weer niet gemaaid. Hier ontstaat al een ruigere begroeiing. Boerenwormkruid, kropaar, ridderzuring, koningskaars. Hier waren ook mollen actief.

 

In 2003 is het grootste deel van de tuin twee keer gemaaid. Een klein stukje is in het geheel niet gemaaid om hier onderzoek te doen naar de ontwikkeling van de vegetatie.

In 2002 is de gehele tuin twee tot drie keer gemaaid.